- U bevindt zich hier:
- Home
- Nieuws
- De ISD-maatregel
De ISD-maatregel
De ISD-maatregel is een ingrijpende strafrechtelijke maatregel die is bedoeld voor veelplegers. De maatregel biedt een gerecht de mogelijkheid op vordering van het Openbaar Ministerie een veelpleger te plaatsen in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van maximaal twee jaren.
Het doel van deze maatregel is tweeledig: enerzijds bescherming van de samenleving door tijdelijke vrijheidsbeneming, anderzijds (waar mogelijk) het doorbreken van de negatieve spiraal waarin de veelpleger verzeild is geraakt. Oftewel, de ISD-maatregel kent een preventief karakter, wat maakt dat de ISD-maatregel – zoals de naamgeving al deed vermoeden – geen straf maar een strafrechtelijke maatregel betreft; hetgeen ook blijkt uit artikel 38m, tweede en derde lid, Sr.
Randvoorwaarden voor de ISD-maatregel
Gelet op het ingrijpende karakter van de ISD-maatregel gelden strenge eisen voor de oplegging van de ISD-maatregel. Zo kan de ISD-maatregel enkel (i) door een meervoudige kamer van een gerecht (ii) op vordering van de officier van justitie worden opgelegd (artikel 38m, eerste lid, Sr jo. artikel 369, tweede lid, Sv).
Direct juridische
hulp aan
Wettelijke eisen
Artikel 38m Sr stelt als aanvullende materiële voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel dat:
- sprake dient te zijn van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan als bedoeld in artikel 67 Sv;
- de veelpleger in de vijf jaar voorafgaand aan het feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende en/of beperkende straf of maatregel dan wel taakstraf is veroordeeld (middels een strafbeschikking), waarbij de tenuitvoerlegging van de opgelegde straffen en/of maatregelen is voltooid voorafgaand aan het begaan van het feit waarvoor de veelpleger momenteel terechtstaat;
- de kans aanzienlijk is dat de veelpleger wederom een misdrijf zal begaan; en
- de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist.
De laatste voorwaarde maakt dat de maatregel – zeker in onvoorwaardelijke vorm – enkel zal worden ingezet indien de verwachting is dat met de inzet van andere interventies niet het gewenste effect kan worden bewerkstelligd. Het opleggen van de maatregel dient namelijk ook in lijn te zijn met de strafrechtelijke beginselen, waaronder begrepen het proportionaliteitsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel.
Als formele voorwaarde geldt dat een ISD-maatregel enkel kan worden opgelegd nadat aan het gerecht een gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend advies omtrent de wenselijkheid en de noodzakelijkheid van de maatregel is verstrekt (artikel 38m, vierde lid, Sr). Dit advies mag in beginsel niet ouder zijn dan één jaar. Dit ligt uiteraard anders indien sprake is van een weigerende observandus (artikel 38m, vijfde lid, Sr). In dat geval is een gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend advies niet noodzakelijk.
Overige eisen
In aanvulling op de wettelijke eisen dient ook te worden voldaan aan de eis die staan vermeld in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. De aanvullende eis die geldt, betreft:
- dat in een periode van vijf jaar voor meer dan tien misdrijffeiten processenverbaal dienen te zijn opgemaakt, waarvan ten minste één feit in de laatste twaalf maanden is gelegen gerekend vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit
Conclusie
Kortom, deze ingrijpende maatregel kan enkel worden opgelegd indien aan een strikt pakket aan voorwaarden wordt voldaan. De ISD-maatregel betreft namelijk een ultimum remedium.